Routeverhalen Weerribben-Wieden

Rietbrouwers van Paasloo

“Mijn naam is Arthuur en ik kom uit het waterrijke Weerribben gebied, waar het eeuwen terug ook al een natte boel was. Als het weer eens hard had geregend of gestormd, liep je altijd wel een paar natte voeten op. Voordat dit kanalen en watergangen gebied van de Weerribben was gevormd, waren de ‘Rietbouwers’ hier de baas. Een groot aantal van de Rietbouwers leefden hier met hun gezinnen. Armoede kende ze niet.
Ze wisten in dit ontoegankelijke veengebied altijd wel aan onderdak en eten te komen.

Van die Rietbouwers zijn de rietsnijders en rietdekkers de enige beroepen die nu nog bestaan. Ik ben een nazaat, van dit unieke gilde van Rietbouwers, die in dit natte veenland hebben gewoond en dat nu de Weerribben wordt genoemd. Eeuwen geleden stonden hier huizen die geheel van riet waren gebouwd. Zelfs de kerk, omheiningen, schuren en uitkijktorens waren uit riet opgetrokken. Dat was ook niet zo vreemd want riet was het enige bouwmateriaal dat toen hier voorhanden was. Het riet was in die tijd van een andere kwaliteit dan we nu kennen. Het was dun, buigzaam, kleurig en super taai. Aan de kleur van het riet zag je de kwaliteit af. Rood riet was het beste riet dat er bestond. Dit riet kom je tegenwoordig niet meer tegen. Rietbouwers waren zeer behendig met hun messen, hiermee konden ze het riet bijna elke vorm geven dat ze wilden.

De regio bestond bijna alleen maar uit rietvelden, zo groot als onze huidige Noordoostpolder. Mijn voorouders waren vaklieden, zij maakten bijna alles van riet. Rieten emmers, manden, vazen, deuren, karren, kasten, stoelen, tafels, omheiningen, vloermatten, daken, mutsen en hoeden. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is van riet gemaakt. Ik ben in een rietenwieg geboren. De Rietbouwers dreven handel met personen die woonden op een afstand van bijna een week varen. Per boot werden onze rieten producten naar ’t westen van het land vervoerd. Zo ontstond door deze levendige handel een stad van riet. In de buurt van Kalenberg heeft deze ‘Rietstad’ gelegen. Veel huizen waren op palen gebouwd, met daarop woningen van riet.
De woningen waren onderling weer met elkaar verbonden door paden van boomstammen en wilgentakken. Tegenwoordig worden ze ‘veenwegen’ genoemd maar ze waren voor een deel al gevormd voor de turfafgravingen begonnen. Tijdens de latere vervening zijn de al bestaande veenpaden verder uitgebreid.

Het idyllisch Rietershuijs

Het bruggetje over de Kalenbergergracht, waaraan hotel ‘Het Rietershuijs’ is gelegen, was vroeger het ‘centrum’ van het dorp. Het verbindt de west- en oostkant van het dorp en komt uit bij het (vroegere) kerkje van Kalenberg. Op de plaats waar nu Het Rietershuijs staat was ooit, tot in de jaren ’50 van de vorige eeuw een kruidenierswinkel met een klein café gevestigd. Niet voor de toeristen, die hadden dit idyllische plekje toen nog niet ontdekt. Het cafeetje was een trefpunt van de rietsnijders uit het dorp en de plek waar Arthuur vaak kruiden voor zijn medicijnen haalde. Een tijd lang was de kruidenierszaak ook het postagentschap van het dorp. Midden jaren ’50 werd het huidige pand gebouwd en het haventje gegraven. Eerst nog als café. Later werd het gebouw vergroot en werden de hotelkamers er boven op gebouwd. Kalenberg werd toeristisch, zonder zijn kleinschaligheid te verliezen. In 2012 heeft de huidige eigenaar het geheel gerestaureerd en gemoderniseerd. Recent is Het Rietershuijs nog weer voorzien van een mooi restaurant. Nu is het een prachtig hotel-restaurant, met veel recreatie mogelijkheden. Zou Arthuur tijdens het zoeken naar kruiden of voor het aandoen van zijn familie, heden ten dage in Kalenberg komen, dan zou hij zeker het terras aan doen voor een ‘biertje.’ Het Rietershuijs is daarom uw bezoek méér dan waard! www.hetrietershuijs.nl

Opdracht: Welk dier bevindt zich onder de brandtrap van Het Rietershuijs?

Op een zondagmorgen in 1421 trof een enorme stormvloed het dorp van de Rietbouwers. Binnen enkele minuten was het gehele dorp weggespoeld. Na de storm stonden alleen nog maar enkele zware eiken palen overeind. Die dag verdronken 150 personen.
Het dorp is nooit meer opgebouwd. Mijn overgroot opa en -oma overleefden de storm en trokken weg uit dit verraderlijke waterland. Ze vestigden zich op de hoger gelegen zandgronden bij Paasloo, anderen bij Ossenzijl en Oldemarkt. Veel rietbouwers werden boeren, die ossen, varkens, ganzen en hoenderen gingen fokken. Veeteelt bleek namelijk lucratiever te zijn dan de handel in rieten matten. De handel met de Hollanders bleef, alleen waren het geen rietmatten meer, maar vee en granen die werden verhandeld.

Weldadig Hotel Camping De Kluft

Na een weldadige overnachting in Hotel De Kluft zat Arthuur ’s morgens goed uitgerust op het terras van het restaurant van zijn ontbijt te genieten. Daar zag hij plotseling een otter in het water bewegen. Hij pakte zijn camera, maar de otter liet zich niet zo makkelijk vastleggen. Deze verdween snel onder water om waarschijnlijk om een maaltje vis te gaan vangen voor zijn ontbijt. Hotel Camping De Kluft is een paradijs voor dier en mens in De Weerribben. Dat niet alleen voor de weldadige rust, maar ook voor een lekkere lunch of diner. Arthuur zou het wel weten waar hij zou verblijven als hij de schoonheid van De Weerribben zou gaan opzoeken. Ook al heeft u, gelijk aan Arthuur, voorlopig nog geen plannen om te komen overnachten, het terras van De Kluft biedt u de mogelijkheid een otter te spotten. Zorg dan wel dat u de camera klaar heeft liggen. www.dekluft.nl

Opdracht: Hoeveel trekkershutten vindt u op het terrein van Camping de Kluft?

Om het vee droog en beschermd op het land te houden, werden door de voormalige rietbouwers sloten gegraven voor de ontwatering. Het veen en het zand van gegraven sloten kon zo ook gebruikt worden om houtwallen aan te leggen. Op de aardewallen kwamen bomen te staan waartussen stevige rieten matten werden bevestigd. Als extra bescherming werden dichte doornachtige struiken aangeplant. Zo ontstond een landschap waarin het vee binnen de houtwallen kon worden gehouden. Roofdieren bleven wel een plaag waar weinig tegen te doen was. In die tijd moest je goed oppassen, want er zwierven altijd wel wolven en lynxen rond. Roofdieren waren in staat om in korte tijd, een veestapel van twintig ossen uit te moorden. De houtwallen moesten goed worden onderhouden, want regelmatig stortte een sloot in of werden de struiken vertrapt door vee of wild. Het land tussen de houtwallen werd ook gebruikt voor landbouwgewassen als tarwe, rogge, grutte en boekweit. Het was arme grond, waar de mest hard nodig was, om het een beetje vruchtbaarder te maken. Op de vochtige schaduwzijde van de houtwallen waren paddenstoelen en eetbare planten te vinden. Ook brandhout werd gehaald uit de houtwallen.

In de loop der jaren ontwikkelde zich in het gebied tussen de Weerribben en de Lindevallei een steeds groter complex van boerenerven, die volgens oude rietbouwers traditie, geheel van riet waren gebouwd. In die tijd waren steeds meer reizigers per voet onderweg. Vaak seizoensarbeiders maar ook veehandelaren en marskramers. Veel boerenhoeven kregen een andere bestemming. ‘De attractie’ van het gebied was, ‘het bier’ dat op de veel boerderijen in het geheim werd gebrouwen en geschonken. Bier met een laag alcohol percentage en een smaak die ongekend was in die tijd.

Paviljoen Driewegsluis

Voor mooie zonsondergangen bezoekt Arthuur graag deze plek. Te midden van twee mooie natuurgebieden, de Lindevallei en Rottige Meente, nabij de Weerribben ligt bij een oude sluis met drie uitgangen Paviljoen
Driewegsluis. Hier kunt u prachtig fietsen langs De
Linde of wandelen door de Rottige Meente.
Eeuwen terug werd in deze regio volop geëxperimenteerd met brouwsels van rietbier. De eerste glaasjes bier waren echter niet te pruimen. Het duurde maanden voordat het eerste drinkbare nat op tafel kwam. Rietbier wordt nu niet meer gebrouwen, maar u kunt hier nu nog steeds genieten van het prachtige uitzicht over de Rottige Meente. In de avonduren mag u, gelijk aan de bevoorrechte eigenaren en Arthuur vaak komen genieten van een prachtige zonsondergang. Menigeen grijpt dan ook de kans om hier een foto van te maken. Gelukkig zijn de hapjes en drankjes nu ook van een andere kwaliteit dan toen Arthuur hier eeuwen geleden zijn eerste biertjes kwam drinken. Kom genieten van schitterende zonsondergang, diner of buffet.
www.driewegsluis.nl

Opdracht: Waarom heet dit paviljoen Driewegsluis?

Ook op de boerderij van mijn opa en oma in Paasloo werd bier gebrouwen. Een kruidenmengsel van grutte en wilde gagel. Oma maakte van grutte, pap voor de kinderen. Als even geen melk beschikbaar was kregen de kinderen een biertje voorgeschoteld. Dat was normaal in die tijd. Grutte werd toegevoegd om bier langer houdbaar maken en om het smaak te geven. Gagel gedijde goed in het uitgestrekte, natte en nabij gelegen laagveenmoerasgebied. De bewoners wisten deze bierhandel goed verborgen te houden. Heersers en overheden in de regio is het nooit gelukt om succesvol belasting te heffen. Mijn opa en oma en andere boeren maakten voor de bereiding van het bier gebruik van de kwaliteiten van het gebied. De natte veengrond van de rietlanden en de droge zandgrond tussen Ossenzijl en Steenwijkerwold waren daarvoor zeer geschikt. Bijna elke boerderij werd gebruikt als kroeg en herberg. Veel reizigers maakten graag gebruik van de ‘diensten’ en gastvrijheid die werd aangeboden. U zou het kunnen zien als de eerste vorm van ‘Bed & Breakfast’. Bij een groot aantal horeca ondernemers in dit gebied zijn deze kwaliteiten nog steeds aanwezig en wordt nog steeds volop geschonken met een lach.

Het bier dat bekend stond als ‘Rietbier’ (nu bekend als Geyt Bier) werd snel populair. Soldaten gelegerd in de vestingstad Steenwijk kwamen regelmatig op bezoek. Door het drankgebruik wisten ze vaak de weg terug niet te vinden en verdronken vaak in het verraderlijke rietland. Toen het drankgebruik van de soldaten volledig uit de hand dreigde te lopen, werd een bataljon soldaten opgetrommeld om deze ‘rietbrouwers praktijken’ te beëindigen. In de buurt van Steenwijkerwold kwam het tot een treffen. Het bataljon is nooit meer teruggekeerd naar Steenwijk. Boze tongen spreken van een afslachting door de messentrekkende rietbrouwers, die het gebied goed kenden en de soldaten in een val lokten. Anderen beweren dat grote hoeveelheden uitgeschonken ‘rietbier’ de oorzaak is geweest. Mocht u tijdens uw fietsroute zin hebben gekregen in een biertje en u vraagt aan de ober om een ‘rietbiertje’ en deze kijkt u lachend en verbaasd aan, dan weet u nu waarom.”

Het geheime Tunnelgraversgilde

“Mijn naam is Arthuur van Amerongen en zeg het maar gelijk…, ik ga u een groot geheim vertellen. Onder de stad Vollenhoven loopt een ondergronds gangencomplex. Alles bij elkaar misschien wel 50 km aan tunnels. Waar dan, zult u zich afvragen, kan ik die tunnels bekijken? Tsja…, dat kan ik helaas niet vertellen. Spijtig genoeg ben ik gehouden aan zwijgplicht.

Ik kom uit een eeuwenoud geslacht van tunnelgravers. Mijn voorvaderen zijn allen gravers geweest en voor mij was het vanzelfsprekend dat ik die traditie zou voortzetten. ‘Het geheime Tunnelgraversgilde van Vollenhove’ stelt echter zware toelatingseisen. De kennis om gangen te bouwen is afkomstig van de turfgravers uit de regio. De ontwikkeling van het kanalenstelsel in het gebied, om water in de kanalen te houden, is in Vollenhove gebruikt om het water buiten de stad te houden. Tien jaar heb ik gedaan om de fijne kneepjes van het tunnelgraven onder de duim te krijgen. Het is werken met ‘hersens en hout’ zei mijn vader altijd.
Genoeg volk meegemaakt die domweg een tunnel probeerden te graven. Tsja, dan gaat het wel eens fout. Opvallend toch hoeveel kerken en kerkhoven er zijn in Vollenhove. Niet zomaar hé.

U moet weten dat Vollenhove op een zandrug ligt, dat heeft de stad eeuwen lang beschermd tegen stormvloeden. Het nabij gelegen eiland Schokland ligt op een lager gelegen zandrug en verdween grotendeels in de hoge golven. Mijn overgrootvader heeft de laatste Schoklanders nog van het eiland gehaald. Een groot aantal van hen is daarna in Vollenhove gaan wonen.
In 1776 is het dorpje Beulake ook verdronken door een grote overstroming. De kerktoren stak nog een aantal jaren boven het water uit. Enkele bijzondere stukken heeft het Tunnelgraversgilde nog via een tunnel uit de kerk kunnen redden. De preekstoel uit deze kerk is nu nog te zien in de Kleine of Mariakerk van Vollenhove. Van het verdronken dorp is nu niets meer ter zien. Nu is er alleen nog maar een groot meer of wiede zoals wij dat noemen. Deze Beulakerwiede, ligt midden in het Nationaalpark Weerribben-Wieden. Wij hebben de afgelopen jaren ook een tunnel gegraven naar een vakantiepark aan de Beulakerwiede. Een Tunnelgraversgilde lid vond het veiliger om een vakantiehuis te hebben met een tunnel. Een aantal keren per jaar kun je, als je heel goed luistert, nog klokken horen. Dan luiden we in de gang onder het meer de kerkklokken van Beulake. Bij zuidwesterstorm luiden we de klokken, als eerbetoon. De kans dat we worden gehoord is wel uiterst klein.

Waterresort Bodelaeke

Als natuurliefhebber en hobbyfotograaf maak ik regelmatig een rondje Bodelaeke. Heerlijk genieten van de rust en de mooie inspirerende omgeving. Elk tijdstip, jaargetijde of weertype levert weer nieuwe verrassende momenten op die elke keer weer prachtige plaatjes opleveren. De Beulakerwijde is bekend om z’n waterspiegelingen, de talloze watervogels en de afwisselende luchtpartijen. Door de combinatie van kleurrijke woningen, de mooie natuur en luchtpartijen ontstaan geweldige weerspiegelingen in de glasheldere waterpartijen die Bodelaeke zo uniek en fotogeniek maken. Maar wat dit meer wel heel bijzonder maakt zijn de klokgeluiden die nog af en toe uit het water te horen zijn. Gasten van Waterresort Bodelaeke die dit fenomeen hebben meegemaakt spreken van een magische belevenis. Dus mocht je in de buurt zijn moet je Bodelaeke zeker zelf komen ontdekken.Waterresort Bodelaeke ligt op steenworp afstand van het gezellige centrum van Giethoorn. Om volop van het water en de seizoenen te kunnen genieten beschikken alle vakantiewoningen over een eigen aanlegsteiger. www.waterresortbodelaeke.nl

Door ligging aan zee en de goede vaarroutes naar Hanzesteden, groeide de visserij en de handel in Vollenhove. Handelaren vestigden zich graag in Vollenhove. Ook mijn voorvaderen verdienden een goede boterham. Die boterham werd verdiend met het aanleggen van tunnels. Het ondergrondse gangenstelsel is niet alleen van grote betekenis geweest voor Vollenhove maar voor heel Nederland. Zowel Vollenhove, als bijstad van de Hanze, en het Tunnelgraversgilde profiteerden van de contacten met de Hanzesteden. Adel en kapitaal- krachtige families vestigden zich graag op plaatsen waar geld wordt verdiend. In Vollehoven was dat het geval. Het was uiteindelijk daarom ook niet zo vreemd dat in dit kleine stadje maar liefst vijftien Havezaten werden gebouwd. Deze Havezaten waren door middel van het onderaards gangenstelsel met elkaar verbonden. Waarom, zult u zich afvragen? Dat zal ik u vertellen; de tunnels boden een veilige opbergplaats voor kostbaarheden en dienden als vluchtplaats bij naderend onheil. In vroeger tijden waren plunderingen en rooftochten door vreemden van buiten de regio niet ongebruikelijk. De inwoners voelden zich veilig met de tunnels en zo konden ze met elkaar ook nog wat verdienen.
Door concentratie van macht, werd Vollenhove het bestuurlijk centrum van de drie Noordelijke provincies, Friesland, Groningen en Drenthe. Die vroegere macht en welvaart in Vollenhove is nog altijd goed te zien als u door de oude straten van Vollenhove loopt. Kijk eens goed naar de vele historische gevels in de stad. Rijke adel en handelaren hebben hier hun sporen achtergelaten. Dat niet alleen bovengronds, maar ook ondergronds. Een oude tunnel is nog altijd aanwezig vanaf de oude binnenhaven. Van hieruit werden de kostbare goederen opgeslagen, geconserveerd en later weer verscheept. Kostbare specerijen, stoffen en dranken waren in die tijd volop aanwezig in Vollenhove. De naam ‘Vollen-Hove’ betekent eigenlijk ‘Volle Huizen’. In de tunnels is ook altijd genoeg voedsel aanwezig geweest voor de tunnelgravers. Ook hebben ze altijd een bevoorrechte positie gehad in de stad. Niet alleen de Havezaten maar ook kerken en huizen van de gegoede ondernemers waren met het gangenstelsel verbonden. Ook verschillende locaties buiten de stad zijn nog steeds verbonden met deze geheime tunnels. Ondergrondse gangen gaan zelfs naar Heetveld, Blokzijl, Leeuwte en Sint Jansklooster. Deze laatste tunnel had ook nog een andere functie. Het werd ook wel ‘de amoureuze tunnel’ genoemd, omdat hij liep van het bisschoppelijk paleis in Vollenhove naar het nonnenklooster.

Webshop FietsenopFietsen.nl

Bij een verblijf op Landgoed Oldruitenborgh realiseert Arthuur dat het vandaag allemaal gemakkelijk gaat om de wereld te ontdekken. Je kiest de regio die je wil ontdekken, de wijze waarop en besteld vervolgens je fiets online. Zo beleef en ontdek je eenvoudig op de fiets de Weerribben en de Wieden. Bijvoorbeeld met deze Arthuur fietsroute. Deze gaat letterlijk over de unieke  boven- en ondergrondse paleizen van Vollenhove. Pas op! Het is een fietsroute door een uniek gebied dat verbazend lang bij zal blijven. Voor een passende fiets voor deze route en andere routes heeft Fietsen op Fietsen.nl een breed pallet aan fietsen voor een aantrekkelijke prijs. Om het helemaal gemakkelijk te houden is verzending gratis. Alle fietsen zijn op voorraad, niet goed geld terug. Wil je voorkomen dat die mooie (gewonnen) Arthuur Fietsen op Fietsen fiets gestolen wordt dan kun je voor een goed slot terecht bij de Slotenspeciaalzaak www.fietsenopfietsen.nl / www.slotenspeciaalzaak.nl

Win een FietsenopFietsen.nl fiets! Beantwoord alle vragen goed van de Arthuur Routes Weerribben-Wieden.www.fietsenopfietsen.nl

Door al deze tunnels ontstond een uniek ondergronds handelscentrum van ongekende omvang. De naam VOC staat in Vollenhove dan ook niet voor ‘Verenigde Oostindische Compagnie’ maar voor ‘Vollenhoofsch Ondergronds Centrum’.
Door het geheime gangenstelsel werd nog meer geld verdiend. Met financiële middelen uit Vollenhove is in 1602 de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht. Dat weten maar weinigen. Vollenhove heeft door de eeuwen heen begrepen dat, wil je het werkelijke machtscentrum zijn, je niet teveel moet opvallen.
Daarom zijn de te opzichtige Havezaten in Vollenhove afgebroken. Ook de tunnels naar Kasteel Toutenburg zijn gesloopt. Dat was prutswerk uit 1524 van ongeschoolde arbeiders. De economische groei ging toen iets te snel. Toenmalige bestuurders van het Tunnelgraversgilde werden gemakzuchtig en besloten het wat rustiger aan te doen. De visserij bepaalde tot de inpoldering van de Zuiderzee het beeld van ons havenstadje.

Door wateroverlast in veel tunnels en te hoog water voor de rietgroei, hebben we de oude sluis van Ossen- zijl grotendeels moeten afbreken. Jaren geleden is daarom deze sluis vervangen voor een betere. Hierdoor hebben wij droge voeten gehouden in de tunnels en hebben we daarom ook nog steeds het beste riet. Rietdekkers vinden dat de beste kwaliteit riet nog steeds uit het buurtschap Kalenberg komt. Handelaren van het Tunnelgraversgilde hebben dit riet, eeuwen geleden al, uit Oost-Indië laten komen en aangeplant.

Als u de sfeer van ‘Vollenhove, Stad der Paleizen’ wilt proeven, dan moet u niet alleen de monumentale gebouwen in de oude binnenstad bekijken. Nee, dan moet u ook op zoek gaan naar de geheime tekens van het Tunnelgraversgilde. Deze tekens markeren de plaatsen van de geheime toegangsdeuren. In totaal zijn er 105 geheime toegangsdeuren die leiden naar het enorme gangencomplex. Ondergrondse tunnels lopen naar de Stad der Ondergrondse Paleizen en een groot aantal bijzondere locaties in het buitengebied van Vollenhove. Zo staat bij Sint Jansklooster nog een restant van een oude kloostermuur met een deur. In Heetveld hebben we een archeologisch parkje ingericht. Door het graafwerk zijn we heel wat keien tegengekomen. Hier liggen zwerfkeien uit onze tunnels en kunt u zien waar de keien allemaal vandaan komen. De Kadoelendijk is voor een groot deel aangelegd met zwerfkeien afkomstig uit onze tunnels.

Mooie en rustige Kampeer- & Chaletpark Heetveld

Arthuur van Amerongen: “Camping Heetveld, is tegenwoordig een mooie, rustige senioren camping. In mijn tijd was dit een plek waar de turf- en tunnelgravers vaak even gingen rusten. Met mijn kameraden genoot ik dan van de omgeving en de gastvrijheid van de mensen die hier woonden. Niet zo vreemd dat het heden te dage een prima startpunt is voor fiets- en wandelingen door het Nationaal Park Wieden en De Weerribben is geworden. In de buurt van de camping ligt nog een ingang tot het geheime tunnelstelsel. Die kun je mogelijk vinden. Kijk maar eens goed naar driehoek symbolen die de ingang van Kampeer- & Chaletpark Heetveld markeren.” www.campingheetveld.nl

Wilt u kans maken één van onze geheime toegangsdeuren te vinden. Kijk dan eens goed in de stad Vollehove en in het gebied rondom Vollenhove en De Wieden, daar kunt u misschien een aantal kenmerken vinden. De V- en de O-vorm, zijn zulke tekens. U kunt ze onder andere vinden in straatstenen, vloeren, plafonds of muren. Ik moet u wel waarschuwen, de kans dat u toegangsdeur vindt is erg klein, zo niet onmogelijk. Eigenlijk is er nog nooit iemand geweest die zo’n deur heeft gevonden. Alleen de leden van tunnelgraversgilde zijn ermee bekend.  Toch functioneert het systeem nog tot de dag van vandaag.
Dus als u in Vollenhove en omgeving vraagt naar de ondergrondse gangen en de geheime deuren, zullen ze u verbaasd aankijken en stellig ontkennen… u weet nu waarom.”

De geitenfluisteraar van Giethoorn

“Hallo, mijn naam is Arthuur, men noemt mij ‘de geitenfluisteraar van Giethoorn’. Ik weet zeker, dat ik één van de eerste bewoners ben geweest, die zich in het waterrijke gebied van De Wieden heeft gevestigd.

Ik was huursoldaat in het Spaanse leger. Tijdens de slag om Steenwijk, in 1561, ben ik er vandoor gegaan en naar nabij gelegen verraderlijke onlanden gevlucht.
Ze hebben me nooit meer terug gezien. Het gebeurde in die tijd regelmatig, als de soldij niet werd betaald, dat we de strijd staakten en gingen plunderen of dat we ons verhuurden aan de tegenpartij. Ik had na vijf jaar soldaten bestaan, genoeg van al dat geweld. Met een gestolen bootje ben ik het moeilijk toegankelijke moeraslandschap ingevlucht. Het gebied staat nu bekend als de Beulaker- en Belterwijde. In die tijd bestond het gebied uit water en een onmetelijke oppervlakte aan rietvelden. Er leefden vogels, herten, wolven, zwijnen en een enorm aantal wilde geiten. Een geweldige leefomgeving voor planten en dieren, maar totaal ongeschikt voor mensen.
Tsjonge, wat heb ik moeten afzien die eerste maanden. Ik zag het soms niet meer zitten. Omdat ik twee geiten heb kunnen vangen, heb ik het kunnen overleven. Het veenhutje dat ik in een paar dagen had gebouwd, stond na twee weken alweer onder water. Ik ben toen een veenhuisje op palen gaan bouwen, in de buurt van wat nu, ‘De Blauwe Hand’ heet. Een naam, die verder geen uitleg meer behoeft lijkt mij.

De legende van Camping De Blauwe Hand

Camping de Blauwe Hand in Wanneperveen dankt zijn naam aan een bijzonder verhaal, waarvoor u wel een sterke maag moet hebben, dus wees gewaarschuwd...
In de voormalige tapperij, naast de camping gelegen, vond omstreeks 1578 een gevecht plaats tussen een marskramer en de herbergier Gejus Dam, over de afrekening van het gelag. Een vriend van de kastelein kwam hem te hulp. De vreemdeling greep een bijl. De vriend werd een hand afgehakt en stierf aan bloedverlies, maar ook de vreemdeling legde het loodje. De kastelein zette de hand van zijn vriend op sterk water. Die hand, na enige tijd blauwe gekleurd, stond jarenlang op de toog van de taveerne. Tot de brand van 1628.
Er zijn geschiedschrijvers die veronderstellen dat het ‘sterke water’ (brandewijn) al eerder opgedronken werd door laveloze geiten die op de lucht van sterke drank waren afgekomen. Zo zijn ze ook aan de naam ‘wilde geit’ gekomen. www.campingdeblauwehand.nl

Opdracht: Wat zijn de namen van de vijf straten op Camping De Blauwe Hand?

Maar ook dit nieuwe bouwwerk was geen garantie tegen stijgend water. De constructie was niet sterk
genoeg om de kracht van water te kunnen weerstaan. Van riet heb ik een prima dak kunnen vervaardigen.
Dit is mijn geluk geweest. Toen het dak op het water dreef heb ik het als boot kunnen gebruiken. Op een zandkop, heb ik het dak weer als dak kunnen gebruiken voor een steviger onderkomen.

Restaurant De Rietstulp

Het prachtige landschap rondom Giethoorn was vroeger bijna niet bevaarbaar. Het was een moeilijk toegankelijk veenmoeras, met hier en daar smalle watergangen waar door heen gevaren kon worden.
Voor het afgraven van het veen werden vele grachten aangelegd. Nu kun je daarom gelukkig de omgeving prima ontdekken met natuurtochten in de rondvaart-
boten van De Rietstulp. Tijdens deze tochten worden delen van het oude oerbos en veen aangedaan met overdekte rondvaartboten. Tijdens deze vaartocht wordt van alles verteld over het Gieterse landschap. Wellicht dat u tijdens de rondvaart een otter of zelfs nog een wilde geit tegenkomt. Als u tijdens de rondvaart vraagt naar de naam Giethoorn, kent u nu de werkelijke oorsprong van de naam. Geruchten gaan dat het dak van de Rietstulp, het oorspronkelijke dak van Arthuur de geitenfluiteraar woning is geweest. Of dat waar is, kunt u uitvinden tijdens een versnapering in de Rietstulp. www.rietstulp.nl

Opdracht: Zoek uit hoeveel overdekte rondvaartboten De Rietstulp heeft?

Water was overal. Ik besloot niet langer tegen het water te vechten, maar gebruik van het water te maken. Toentertijd verbleven in dit gebied een enorm aantal wilde geiten. Ze waren groot, breed, ruigharig en bepaald niet ongevaarlijk. Deze geiten vraten echt alles op wat ze maar tegen kwamen. Deze geiten, schrokken er zelfs niet voor terug om mensen aan te vallen. Dit deden ze vaak in groepen van wel honderd tegelijk. Mij is verteld dat ze in de buurt van Steenwijk zelfs een dorp hebben aangevallen. Hele gezinnen zijn door de geiten in het water geduwd en verdronken.

Grandcafé Fanfare

Ach ja de Fanfare in Giethoorn, wie kent deze bekende horeca gelegenheid nu niet. Eten, drinken en genieten, nog wel muziek, maar geen fanfare meer. Nog steeds een broeinest van ideeën en genot. Zo is hier het Geyt Bier spontaan ontstaan. Niet verwonderlijk met al dat water in de omgeving. Zo zat op een avond de uitbater van Grandcafe Fanfare te kletsen met gasten en gooide hij zijn idee op tafel; een biertje brouwen in Giethoorn. Het idee werd in 5 minuten besproken. Drie uur later was ook het etiket van het Geyt Bier klaar. Zo is het
in een sneltreinvaart gegaan. Zo waait bij Grandcafé Fanfare nog steeds de geest van aanpakken van
Arthuur rond. Niet bang zijn en hup vooruit met de geit. In juni 2016 werd na een korte voorbereiding al geproost met een echte Geyt. De wens is dat het flesje Giethoorn en omgeving nog meer op de kaart gaat zetten. De brouwers gaan hun best doen om die droom, binnen een aantal jaar één van de favoriete biertjes onder de bierliefhebbers in Nederland worden, waar
te maken. En het is geen Arthuur gekkigeyt. www.fanfaregiethoorn.nl

Door dit soort verhalen kregen de geiten een slechte naam bij de inwoners. Ze geloofden dat de geiten afstammelingen waren van de duivel. In de buurtschappen Dwarsgracht en De Bult zijn zelfs klopjachten gehouden op geiten. Duizenden geiten zijn geofferd op de brandstapel. In het centrum van Steenwijk zou ter overwinning op de geiten nog een herdenkingsteken in een gevel van een huis zijn gemetseld. Waar deze gebleven is, is onbekend.

Botenverhuur en Restaurant ’t Zwaantje

De naam ’t Zwaantje stamt af van Tante Zwaantje, een van oudsher veelvoorkomende naam in de streek. Het voorste rietgedekte deel van het pand - ‘t Zwaantje - is het oudste café van Giethoorn en bestaat inmiddels zo’n 100 jaar. Tante Zwaantje verkocht vanuit de huiskamer allerlei waar, dat konden rietenmanden, medicijnen of zelfs geiten zijn. In de loop van de jaren is er veel aangebouwd, de voorkamer is grotendeels in tact gebleven. Achter het buffet is nog de originele tegelwand te zien waar vroeger de keuken was. Het oudhollandse deel is ingericht met een keur aan oude gebruiksvoorwerpen (kunst of kitsch?) als een kolenfornuis, petroleumstellen etc… Dit authentieke is wat met name de buitenlandse toeristen enorm aantrekt. In ’t Zwaantje hangen nog steeds hoorns van geiten, gevuld met medicijnen, aan de muur. Maar weinigen weten wat voor krachtige genees- en geestverruimende kruiden daar hangen. Dagelijks wordt dit interieur gefotografeerd door Aziatische bezoekers, die vaak geen idee hebben wat ze in beeld brengen. www.zwaantje.nl

Eet- en Pannenkoekenhuis Steenwijk

Sinds mensenheugenis is horeca aanwezig geweest in de boerderij aan de Meppelerweg. Bijna vanaf het begin stond op deze locatie al een boerderij met drinkgelegenheid. In de tijd van Arthuur de Geitenfluisteraar bijvoorbeeld was deze locatie al een toevluchtsoord waar soldaten naartoe vluchten, om bij de diverse
belegeringen van Steenwijk op verhaal te komen. Dat uiteraard onder genot van een flinke hoeveelheid alcohol. Bij de bouw van het huidige pand werd in de boerderij ook een gelagkamer gebouwd. Deze groeide in de jaren zeventig uit tot sportkantine “Sportlust.”
Die werd bekend tot in de wijde omgeving. Nu is het pand al jaren een volledig horeca bedrijf. Zo werd de achterzaal, waar vroeger de koeien stonden, omgebouwd tot familie- en verenigingszaal. Het voorhuis
en de gelagkamer zijn nu restaurant waar je heerlijk huisgemaakte pannenkoeken kunt eten of uitgebreid
a la carte kunt dineren. www.pannenkoekboerderijsteenwijk.nl

Opdracht: Hoeveel wandlantaarns hangen aan de voorgevel van de boerderij?

Ondanks dat de geiten gevaarlijk konden zijn, waren ze ook goed voor de voedselvoorziening. In het hoger gelegen buurtschap De Bult op de Woldberg heb ik daarom mijn eerste geitenfarm opgericht. Ruim 500 geiten, had ik hier na het eerste jaar al rondlopen, grotendeels bedoelt voor de productie van melk en kaas. Ik heb mijn vrouw leren kennen op de jaarmarkt van Steenwijkerwold. Vijf jaar later had we een gezin met vier kinderen en een vijfde op komst. De veestapel bestond ondertussen uit: één varken, tien hoenders en ruim 1000 geiten.
Het geloof in heksen en spoken was in die tijd groot. Omdat geiten een behoorlijke stank kunnen produceerden dachten passanten op de Woldberg dat de stank het werk van de duivel was. Een passerende legereenheid viel ons daarom aan. De geitenboerderij die we na jaren van hard werken hadden opgebouwd, moesten we opeens verlaten. Een ander onderkomen zoeken in zo’n korte tijd was vanzelfsprekend onmogelijk. Uit angst en bijgeloof werd onze boerderij in brand gestoken en een groot gedeelte van de geiten kwam daarbij om het leven. Toen later, het dorpje Beulake geheel door een stormvloed onder water kwam te staan, werd gesproken van ‘De vloek van de Beulake geiten’.

Buitengoed Fredeshiem

“Al het werkelijke leven is ontmoeting.” Een zeer toepasselijke spreuk die Arthuur uitgesproken zou kunnen hebben, want Fredeshiem is al decennia lang een plek van ontmoetingen. Hier is ruimte voor individuele en groepsgesprekken. Kortom een plek waar iedereen zich thuis voelt. Fredeshiem werd geopend op 28 juli 1929 als Fries Doopsgezind Broederschapshuis.
Heden ten dage biedt Fredeshiem u graag een plek voor inspirerende ontmoetingen, met respect voor z’n geschiedenis. De oorspronkelijke uitgangspunten als gastvrijheid, persoonlijke aandacht en een ongedwongen sfeer zijn nu nog te ervaren in Fredeshiem. Op het eigen 14 hectare lommerrijke domein staan vele “Ontmoetingsplekken.” Zo staat er onder andere het hoofdgebouw met 35 hotelkamers, foyer, 7 vergaderzalen (waaronder een kapel), een restaurant met bosterras, 7 vakantiehuizen en 2 gastenverblijven. Dit alles staat allemaal in het vele groen op de Woldberg in de prachtige natuurrijke omgeving van Steenwijk en Giethoorn, te midden van bos, heide en water. De omgeving en het buitengoed bieden een breed aanbod aan activiteiten. www.fredeshiem.nl

Opdracht: Wat is de naam van ons 14-persoons karakteristieke boerderijtje?

Toch zijn wilde geiten zijn goed te temmen. Het kost alleen veel tijd en geduld. In de buurt van Beulake heb ik, na de brand, weer veel geiten kunnen vangen. Waarschijnlijk was hier het meest malse gras en riet te vinden. Geitenmelk en geitenvlees hebben we verkocht op de markten van Dwarsgracht en Steenwijkerwold. Getemde geiten zijn in principe makkelijk te houden, ze vragen weinig onderhoud en weten hun voedsel zelf wel op te sporen. Het zijn eigenzinnige dieren die zich altijd weer weten te redden en zich aan de omstandigheden weten aan te passen. Op verschillende plekken in de Wieden kunt u de sporen van geitenpaden nog herkennen aan de afwijkende kleuren van het gras, het riet en de struiken.

Na de brand ben ik in Giethoorn met mijn gezin, enkele geiten, plus het varken en de vier hoenders geweldig opgevangen. We kregen een klein vierkant perceeltje toegewezen, waarop we een geitenboerderij mochten bouwen. Verder kregen we vier percelen onland, waarop we geiten konden laten grazen. Bij mijn zwerftochten door het gebied, leerde ik een non kennen uit het nabijgelegen Sint Jansklooster. Zij heeft mij veel geleerd over geneeskrachtige kruiden in het gebied. Kruiden kon je toen overal vinden in het veengebied.
Zo heb ik verschillende medicijnen gemaakt en opgeslagen in de gevonden hoorns van geiten. Om mijn middel droeg ik een snoer van geitenhoorns vol medicijnen. Ik heb op deze wijze, veel mensen in de dorpjes rond De Wieden kunnen helpen.

Veel routes door het veen waren te volgen via kale wilgenstokken die in de grond waren gestoken. Het was niet risicoloos, dit veenmoerasland kon zeer verraderlijk zijn. Plotseling hoog water heeft veel mensen in de
problemen gebracht. Met mijn punterboot heb ik gelukkig veel mensen kunnen helpen.
Vooral in de nacht waren het lastige tochten door het dichte riet. Dan met een brandende fakkel voorop de boot naar een gezin of reizigers die op hulp zat te wachten. Met mijn punterboot kon ik ook arme gezinnen helpen bij ziekten en geboortes. Mensen waren dankbaar voor mijn hulp. Meestal werd ik betaald in goederen.
Zo kreeg ik vaak voor de hulp een geit of een hoender mee als beloning.
Niet alleen mensen, maar ook hun vee heb ik regelmatig kunnen helpen. Zo heb ik in - De Klosse - een buurtschap bij Wanneperveen een boer geholpen met acht kippen waar de poten op onverklaarbare wijze waren gebroken. Ik heb de pootjes allemaal gespalkt met bosjes riet. Geweldig om te zien dat na twee maanden ze allemaal kwiek rondliepen op het erf.

De nonnen hadden geleerd dat gedroogd veen (turf), prima brandstof is. Daarom groeide de vraag naar turf. Alleen de winning was niet gemakkelijk. De eerste pogingen om het veen vanuit Blokzijl te ontginnen mislukte. De ondoordringbare en taaie begroeiing, maakte turfwinning bijna onmogelijk. Toen heb ik de ‘alles-etende-geiten’ ingezet. Binnen korte tijd, was een flink gedeelte van de bovenlaag geschikt voor het winnen van turf. Omdat de turfgravers het turf door de eeuwen heen afgroeven van westelijke naar oostelijke richting ontstond uiteindelijk het unieke dorp Giethoorn, met zijn vele bruggen en kanalen. Voor de afvoer van de turf werden grachten en kanalen gegraven. Nadat nog meer grachten en kanalen werden gegraven en steeds meer mensen in het veen gingen wonen, ben ik een kruidenpraktijk aan huis begonnen. Dagelijks werden allerlei zieke dieren per boot aan- en afgevoerd. Het zal u duidelijk zijn dat geiten een grote rol hebben gespeeld in mijn leven en in de vervening van de regio. ‘Tsja, laat u zich niets anders wijsmaken, zo kwam ik dus aan mijn bijnaam en is Giethoorn aan zijn naam gekomen’.”